Tulpenkeuren is het geven van cijfers voor onderdelen van een tulp. De tulp word bij de beoordeling in vier delen opgesplitst, namelijk:  de steel, het blad, de bloem en de algemene stand. Bij het  beoordelen wordt gewerkt met een schaal van 1 tot 10 en er mogen halve punten gegeven worden. Bij een keuringsavond staan 10 potten opgesteld met elk 12 tulpen. Om een indicatie te geven staat er altijd een voorbeeldrol waar de cijfers dus gegeven zijn. De deelnemer kan op deze manier zijn cijfers enigszins controleren met de cijfers die de jury heeft gegeven aan de voorbeeldpot. De deelnemer kan aan de hand van de voorbeeldpot zijn weg bepalen bij het beoordelen van de andere potten. Hierbij is het de bedoeling om zo dicht mogelijk bij het oordeel te zitten van de juryleden. 

De richtlijnen voor het beoordelen van tulpen;

Poot: 

  •     Voldoende dik, stevig, recht en gelijk van lengte. 
  •     Snijtulp: lengte minimaal 8 cm of langer. 
  •     Pottulp: lengte minimaal 2 cm en maximaal 6 cm. 
  •     De minimum en maximum eisen gelden als voldoende (zes).

Blad: 

  •     Opstaand, stevig, niet te smal en niet uitstaand. 
  •     Gaaf, onbeschadigd en gezond. 
  •     Parkietmutatie op blad wordt niet als minpunt gerekend. 
  •     Goede bladkleur. 
  •     Voldoende bladhoeveelheid, ook niet teveel. 
  •     Niet gedraaid en geknepen. 
  •     Pottulp: goed aangekleed met iets uitstaand blad.

Bloem:

  •     Gaafrandig en onbeschadigd, geen krakers (gescheurde bloembodem). 
  •     Voldoende (6) bloemblaadjes, over elkaar sluitend (= niet te veel knijpen). 
  •     Moet voldoen aan de klassificatie (dubbel-parkiet-leliebloemig-gefranjerd). 
  •     Goed op kleur en gezond. 
  •     Voldoende groot. 
  •     Geen ziektes. 
  •     Geen residu.

Algemene Stand: 

  •     Goede verhouding tussen poot, blad en bloem. 
  •     Bloemen voor 3/4 uit het blad. 
  •     Zo gelijk mogelijk. 
  •     Absoluut geen nekken. 
  •     Juiste stadium (showkwaliteit).
  •     Voldoende zwaar.